HISTORIE / HISTORY

Guillaume Moës (1854-1929), van oorsprong uit Bleret, verhuist naar Waremme waar hij een stoomgedreven graanmolen opbouwd. Net als zijn broer Hyacinthe, ingenieur en fabrikant van landbouwmachines in Celles heeft hij een talent voor mechanische techniek. Dit talent wordt gedeeld door zijn drie zonen: Édouard Moës (1880-1949), Auguste Moës (1882-1977) en Paul Moës (1893-1965). Als autodidact speelt Édouard het klaar een motor te construeren die zo goed functioneerd dat deze de stoommachine in de graanmolen kan vervangen.  Auguste is ook op een andere manier een aanwinst voor het bedrijf, hij blijkt een zeer getalenteerd verkoper te zijn.

Originally from Bleret, Guillaume Moës (1854-1929) moved to Waremme where he built a steam mill. Like his brother Hyacinthe, engineer and manufacturer of agricultural machinery in Celles, he has a taste for mechanics, also shared  by his three sons: Édouard (1880-1949), Auguste (1882-1977) and Paul (1893-1965). As a self-taught man, Édouard  manages to construct a motor capable of replacing the steam engine of the mill, and  Auguste is apparently a very talented salesman.

For an English summary of this page click on the flag

Bron: M.O.T. (B)
Bron: M.O.T. (B)

1904-1918

 

Vanaf dat moment bereiken opdrachten voor de bouw van motoren de MOËS werkplaats. De mannen laten de graanmolen voor wat hij is en storten zich geheel en exclusief op het maken van verbrandingsmotoren. Op de hoek van de rue des Fontaines en de rue de Huy, net buiten Waremme (Borgworm) richt men de werkplaatsen van de Ateliers MOËS in. Men heeft een octrooi voor een 4 takt benzine motor (vermogen 3 tot 18pk) en de MOËS mannen willen deze commercieel gaan bouwen. Vanaf de start van het bedrijf in 1904 bouwt men in die eerste jaren in de MOËS werkplaatsen enkele honderden motoren. 

Coll. : M. Peumans (B)
Coll. : M. Peumans (B)

 In 1912 worden de werkplaatsen aan de Rue de Huy nr. 62 vernieuwd en uitgebreid en een ruime fabriek wordt opgebouwd.

 

In 1913 ontwikkeld MOËS en nieuwe benzine motor “Le Compact” die loopt op normale benzine en daardoor 50% goedkoper is dan de concurrerende benzinemotoren.

 

Naast de fabriek verrijst in 1914 een fabrikantenvilla, genaamd Villa Moës. Het terrein omvat in totaal 2,5 hectare. Zo’n 2500 motoren worden er in Waremme vervaardigd.

 

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 maakt een voorlopig einde aan het succes van de MOËS fabriek en worden de activiteiten vrijwel gestaakt. In 1915 werken er nog 4 man bij MOËS, dat waren er 43 voor het uitbreken van de oorlog…

 

1918-1930

 

Na het staken van de vijandelijkheden in 1918 behaald Paul Moës zijn ingenieurs diploma en samen met zijn vader en broers ontwikkelen de mannen de MOËS werkplaatsen verder. In deze naoorlogse dagen wordt de naam van het bedrijf veranderd in Ateliers Moës Freres  De mannen ontwerpen en bouwen benzine motoren, diesel- en semi-diesel motoren (ruw olie motoren) van verschillende vermogens. Men levert de motoren voor de industrie als stationaire (land) motoren of scheepsmotoren. De familie MOËS vestigt haar reputatie door verscheidene innovaties en gepatenteerde ontwerpen voor verbrandingsmotoren. In de jaren ’20 start men met het bouwen van smalspoor locomotieven type CL, uitgerust met semi-diesel gloeikopmotoren van het type C. Het zijn nogal exotische machines en waarschijnlijk mede om de overgang van stoom naar diesel wat soepeler te laten verlopen hebben de locomotieven met hun grote waterketel  voor het koelwater veel weg van een stoomlocomotief, hoewel alle onderdelen op de locomotief zeker niet alleen estetisch en wel degelijk functioneel zijn. Dit principe werd door meerdere vroege bouwers van motorlocomotieven wel vaker toegepast. Gelukkig zijn een aantal van deze bijzondere CL motorlocomotieven bewaard, twee daarvan bij het Decauville Spoorweg Museum en onder andere deze locomotieven zullen dit najaar te zien zijn in de EXPO*MOËS*M.E.C in Dronten.

 

In december 1925 (bron 4 ) of in de vroege jaren dertig (bron 1) wordt het bedrijf in een Societe Anonyme (een naamloze Vennootschap) omgezet en veranderd de naam in S.A. Moteurs Moës, Waremme.

 

Coll.: O. Laudrere
Coll.: O. Laudrere

1930-1940

 

Dankzij het voorspoedige industriële ontwikkelingsklimaat in de jaren ‘20, dat duurt tot het oorlogsjaar 1940 gaan de zaken bijzonder goed.  De fabriek bouwt verbrandingsmotoren in diverse types en vermogens, diverse types smalspoor diesellocomotieven voor de industrie, aannemerij en mijnbouw. In de vroege jaren dertig ontwikkeld men in de werkplaatsen onder andere tweetakt motoren van het type A die ook in een aantal types locomotieven worden ingebouwd.

 

De piepkleine smalspoor “locotracteurs” van het type BL, gebouwd vanaf ca. 1935 zijn gemeengoed bij de Belgische steenbakkerijen. Ze zijn uitgerust met de zeer eenvoudige, eencilinder tweetakt dieselmotoren van het type B. Een aantal van deze locomotiefjes zijn bewaard gebleven, voornamelijk in België, een klein aantal in Nederland en Frankrijk.

 

Naast deze types smalspoorlocomotieven maakt MOËS kleine motorlocomotieven op normaalspoor, met name bedoeld voor rangeerwerk op fabrieksterreinen en voor bovengronds transport op de “charbonnages”

Coll.: A. Bongaards
Coll.: A. Bongaards

In 1936 ontwerpt en bouwt men een nieuw ontwikkelde viertact motor type D.  De mijnlocomotieven van het type DLM, uitgerust met deze motor zijn speciaal voorzien van een elektrische installatie voor verlichting en een anti vonken/vlamsysteem waarin de uitlaatgassen door een bak met water worden gevoerd en daarna door een filter worden uitgestoten waardoor er ook minder schadelijke stoffen vrijkomen. Hiermee zijn ze veilig te gebruiken in de gasrijke Belgische kolenmijnen.  In de EXPO*MOËS*M.E.C wordt een DLM mijnlocomotief, alsmede twee zeer zeldzame DL locomotieven voor bovengronds bedrijf getoond.

 

Coll.:  A. Bongaards
Coll.: A. Bongaards

Zoals al opgemerkt worden de MOËS werkplaatsen onderscheiden tijdens een aantal technische evenementen door het winnen van prijzen en medailles. MOËS verwerft zich hiermee een reputatie die zich uitstrekt ver buiten de Belgische grenzen. MOËS locomotieven en motoren worden verkocht in Frankrijk, Nederland, Italië, en naar overzeese gebiedsdelen zoals Belgisch Congo in Africa en ook Azië.

 

Ten behoeve van de distributie van MOËS producten kan het bedrijf beschikken over verschillende agenten in Europa:  Ernest Rigaux in Brussel, en niet minder dan 3 agenten in Frankrijk:  J. Flory, Parijs, V. Halleux, Chénée en Valere Grimonprez, Lille. Daarnaast  Luciano Verheeke in Madrid, Spanje, Konenczny i Podgórski te Warschau Polen en in Nederland Eekels, Amsterdam en Nering Bögel in Deventer. Dit laatste bedrijf adverteerd niet alleen met MOËS CL locomotieven maar bouwt zelf in haar fabrieken gepatenteerde MOËS gloeikop motoren in licentie.

 

Coll.:  A. Bongaards
Coll.: A. Bongaards

1940-1945

 

En dan, voor de tweede maal in de geschiedenis van MOËS veranderd een oorlog de dagelijkse gang van zaken volledig, en tussen 1940 reduceert MOËS noodgedwongen haar activiteiten. De focus ligt voornamelijk op het (om)bouwen van tractoren voor de agrarische sector, het fabriceren van scheepsmotoren van het type WM voor de zeevisserij en binnenvaartschepen (bijvoorbeeld voor het zogenoemde type “Spits”) en ondergrondse diesellocomotieven voor de kolenmijnbouw.

 

De in Waremme aangekomen Duitse troepen hebben direct belangstelling voor de fabriek van MOËS. De ingenieurs van de andere kant van de Rijn begrepen onmiddellijk het belang dat MOËS kon hebben voor de economie van het Derde Rijk. Ook zagen zij het belang de productie van mijnlocomotieven voort te zetten en maakt men gebruik van de expertise op dit terrein bij MOËS.

Terwijl men bij MOËS zijn best doet de productie zo laag mogelijk te houden, niet meer dan strikt noodzakelijk om geloofwaardig te blijven, verlenen de Duitse autoriteiten MOËS de vrijheid om arbeiders uit de lokale beroepsbevolking aan te nemen. Dankzij de inzet van de directie, en de noodzaak om personeel in dienst te hebben om de MOËS fabrieken draaiende te houden worden veel Hespengauwers  daardoor onttrokken aan de Duitse dwangarbeid en ontlopen zo deportatie naar Nazi Duitsland.

 

De MOËS famillie zijn humanisten en voorkomen deportaties door werkgelegenheid te blijven bieden. In een aantal gevallen zijn er zelfs arbeiders fictief in dienst.

De medewerkers bij MOËS hebben af en toe het voordeel van ruilhandel, ze hebben de mogelijkheid motoronderdelen te ruilen voor zakken graan, vaatjes haring of een vrachtwagenlading kolen. De geruilde zaken worden onder het personeel verdeeld…

 

1945-1965

 

In de eerste jaren na de bevrijding doet het bedrijf zijn voordeel met het heropstarten van allerlei activiteiten ten behoeve van de wederopbouw van België en Europa. De Belgische rederijen kunnen door de overheid gesubsidieerde MOËS scheepsmotoren kopen om In hun visserijvloot of binnenvaartschepen in te bouwen en zo de oude motoren te vervangen.  

MOËS verbouwd en vernieuwd  oude landbouwtractoren (zoals bijvoorbeeld Fordson) en bouwt MOËS type D motoren ter vervanging in. Ook worden nog steeds mijnlocomotieven van het type DLM geleverd. MOËS gaat in de jaren ‘40 een partnerschap met HATZ motoren aan.

 

Maar al snel na de eerste opleving begint MOËS te lijden aan het ter beschikking komen van militaire voorraden: motoren, generatorsets en scheepsmotoren worden dusdanig goedkoop op de markt aangeboden dat daar onmogelijk tegenop te concurreren is.

MOËS blijft mijn- en smalspoorlocomotieven bouwen en men ontwikkeld een nieuwe dieselmotor.

Maar in 1960 komt de kolen crisis keihard aan en veroorzaakt sluiting van Belgische kolenmijnen zodat een grote afzetmarkt wegvalt. De overzeese export heeft te lijden onder spanningen tussen Europa en haar voormalige koloniën, die nu, de een na de ander eindelijk hun onafhankelijkheid verwerven.

 

 

 

Desalniettemin hebben MOËS motoren een solide reputatie en het bedrijf blijft “ ïn business” .

In 1957 veranderd de naam van het bedrijf in MOËS DIESEL.

 

Foto: A. Bongaards
Foto: A. Bongaards

 

 

 

Rond 1959 bouwt men, met gebruikmaking van de oude BL frames en BL versnellingsbak, maar met een nieuwe motorkap  een serie van ongeveer 15 stuks kleine motorlocomotieven voor een Belgische steenfabriek in Rumst. De locomotieven worden uitgerust met DEUTZ luchtgekoelde tweecilinder motoren.

1965-heden

 

Twee jaar na de dood van Paul Moës, in 1967, wordt het bedrijf overgenomen door de Nederlandse VMF Stork-Werkspoor Diesel Groep, Amsterdam. Het bedrijf ontwikkeld een nieuwe lijn hydrostatische locomotieven: smalspoorlocomotieven voor de industrie, een nieuw type mijnlocomotief en normaalspoor rangeer locomotief. Een aantal (alle?) van de moderne smalspoorlocomotieven worden verscheept naar Indonesië om dienst te doen op de smalspoornetten van de rietsuikerfabrieken.

 

MOËS specialiseert zich ook in het maken van generatorsets.

 

MOËS DIESEL steunt op haar partnerschap met HATZ motoren en ontwikkeld nieuwe activiteiten.

MOËS DIESEL wordt overgenomen door de Belgische BIA groep in 1993 en verkoopt top kwaliteit generatoren en pompen gemaakt door HATZ en TECNOGEN. Vanaf 15 maart 2013 de naam MOËS DIESEL wordt veranderd in MOËS ENERGY. Vanaf 1 oktober datzelfde jaar worden alle activiteiten verplaatst van Waremme naar het terrein van de BIA Groep in Overijsse.

 

Tijdens het onderzoek naar de geschiedenis van  MOËS duikt er op het internet nog een ander MOËS bedrijf op, MOTEURS MOËS S.A., gevestigd in Andenne.  Wanneer MOTEURS MOËS en MOËS DIESEL aparte bedrijven zijn geworden is onduidelijk op dit moment, mischien al in 1957. Voor MOTEURS MOËS komt de verandering op 27 september 2013 wanneer de naam van het bedrijf veranderd in ABC CONTRACTING S.A., Andenne. ABC CONTRACTING is onderdeel van de OGEPAR HOLDING S.A., Luxemburg.

Geraadpleegde bronnen:

 

1. Le Jour Huy Waremme, Thierry Delgaudinne

2. Famille Moës, dans Grands hommes de Hesbaye, Remicourt, éd. du Musée de la Hesbaye,  

    1997, p. 65-70.  Paul Delforge, septembre 2012

3. Hesbaye, qui sont tes grandes hommes?. Phillipe Destinez/Jaques Lanneau/Claude Lombart

4. http://www.chronique-waremme.be

5. Research A.Bongaards/DSM